De elftalfoto van VV Smitshoek toont een elftal in oranje dat weinig met het grote Oranje te maken lijkt te hebben. Gewoon een zaterdagteam, ergens in Barendrecht. Spelers die vooral bezig zijn met hun eigen ontwikkeling. Tussen hen staat Denzel Dumfries, nog niet de rechtsback die miljoenenwedstrijden zou spelen, maar een jongen die vooral leerde.

Hij was niet het grootste talent van zijn lichting. Niet degene om wie trainers heen bouwden. Bij Smitshoek stond hij bekend als energiek, soms onstuimig. Een speler die vooruit wilde, ook als het nog niet altijd verfijnd was. In een jeugdwedstrijd viel hij eens voorover en verloor twee voortanden. Het tekent iets van zijn spel. Onverzettelijk, zonder rem.

In die jaren draaide alles om blijven staan. Terwijl anderen sneller werden opgepikt door profclubs, bleef Dumfries werken. Training na training. Wedstrijd na wedstrijd. De foto laat geen voorbode zien van een internationale carrière. Je ziet een teamgenoot. Iemand die nog moet ontdekken waar zijn plafond ligt.

Pas later volgde de overstap naar het betaald voetbal. Via Sparta Rotterdam groeide hij door, stap voor stap naar de Champions League. Het hoogste niveau in Europa. De kracht die bij Smitshoek soms nog ongepolijst was, werd zijn handelsmerk. Fysiek sterk, direct, compromisloos in zijn loopacties. Wat ooit werd gezien als ruw, bleek uiteindelijk onderscheidend.

Wie nu naar die elftalfoto kijkt, ziet het andere Oranje. Niet het nationale team, maar het begin. Een veld zonder camera’s, zonder verwachtingen. De jongen op de foto wist niet dat hij ooit voor Nederland zou spelen. En juist daarom blijft dit beeld zo waardevol. Het laat zien dat groot worden niet altijd begint met erkenning. Soms begint het met vallen, opstaan en blijven gaan.